Het idee

Leer de volledige constructie anfangen mit, inclusief het complement in de Dativ. Het voorzetsel mit hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
anfangen mitDativ

Herstel het complement

  • Ich fange mit den Text an. Ich fange mit dem Text an.

    Mit vraagt de datief, terwijl an het scheidbare deel van anfangen is.

Voorbeelden

  • Ich fange mit dem kürzesten Absatz an.Ik begin met de kortste alinea.
  • Fange ich mit dem kürzesten Absatz an?Begin ik met de kortste alinea?
  • Die Gruppe fängt mit einer kurzen Vorstellungsrunde an.De groep begint met een korte voorstelronde.
  • Fängt die Gruppe mit einer kurzen Vorstellungsrunde an?Begint de groep met een korte voorstelronde?
  • Wir fangen mit den bereits bekannten Wörtern an.Wij beginnen met de woorden die we al kennen.
  • Fangen wir mit den bereits bekannten Wörtern an?Beginnen wij met de woorden die we al kennen?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Mit vraagt de datief, terwijl an het scheidbare deel van anfangen is.

Probeer het zelf

  1. anfangen ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mit

    mit: dit is het vereiste voorzetsel in anfangen mit.

  2. Verbeter: Ich fange mit den Text an.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich fange mit dem Text an.

    Ich fange mit dem Text an. Mit vraagt de datief, terwijl an het scheidbare deel van anfangen is.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich fange mit dem kürzesten Absatz an.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Fange ich mit dem kürzesten Absatz an?

    Fange ich mit dem kürzesten Absatz an? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met anfangen mit: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Dativ; vergelijk beide met “Ich fange mit dem Text an.”.