Het idee

Leer de volledige constructie aufhören mit, inclusief het complement in de Dativ. Het voorzetsel mit hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
aufhören mitDativ

Herstel het complement

  • Er hört mit den Übung auf. Er hört mit der Übung auf.

    Mit vraagt de datief; het vrouwelijke woord Übung heeft der.

Voorbeelden

  • Ich höre mit der Arbeit am Modell für heute auf.Ik stop voor vandaag met het werk aan het model.
  • Höre ich mit der Arbeit am Modell für heute auf?Stop ik voor vandaag met het werk aan het model?
  • Die Gruppe hört mit dem lauten Lesen auf.De groep stopt met hardop lezen.
  • Hört die Gruppe mit dem lauten Lesen auf?Stopt de groep met hardop lezen?
  • Wir hören mit unnötigen Wiederholungen auf.Wij stoppen met onnodige herhalingen.
  • Hören wir mit unnötigen Wiederholungen auf?Stoppen wij met onnodige herhalingen?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Mit vraagt de datief; het vrouwelijke woord Übung heeft der.

Probeer het zelf

  1. aufhören ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mit

    mit: dit is het vereiste voorzetsel in aufhören mit.

  2. Verbeter: Er hört mit den Übung auf.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Er hört mit der Übung auf.

    Er hört mit der Übung auf. Mit vraagt de datief; het vrouwelijke woord Übung heeft der.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich höre mit der Arbeit am Modell für heute auf.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Höre ich mit der Arbeit am Modell für heute auf?

    Höre ich mit der Arbeit am Modell für heute auf? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met aufhören mit: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Dativ; vergelijk beide met “Er hört mit der Übung auf.”.