Het idee

Leer de volledige constructie bereit für, inclusief de aanvulling in de Akkusativ. Het voorzetsel für hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, terwijl de aanvulling haar naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
bereit fürAkkusativ

Herstel de aanvulling

  • Ich bin für dem Test bereit. Ich bin für den Test bereit.

    Für vereist de accusatief, dus het mannelijke der Test wordt den Test.

Voorbeelden

  • Ich bin für den nächsten Übungsschritt bereit.Ik ben klaar voor de volgende oefenstap.
  • Bin ich für den nächsten Übungsschritt bereit?Ben ik klaar voor de volgende oefenstap?
  • Die Gruppe ist für eine längere Pause bereit.De groep is klaar voor een langere pauze.
  • Ist die Gruppe für eine längere Pause bereit?Is de groep klaar voor een langere pauze?
  • Wir sind für das gemeinsame Abschlussfoto bereit.Wij zijn klaar voor de gezamenlijke slotfoto.
  • Sind wir für das gemeinsame Abschlussfoto bereit?Zijn wij klaar voor de gezamenlijke slotfoto?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Für vereist de accusatief, dus het mannelijke der Test wordt den Test.

Probeer het zelf

  1. bereit ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    für

    für: dit is het vereiste voorzetsel in bereit für.

  2. Verbeter: Ich bin für dem Test bereit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich bin für den Test bereit.

    Ich bin für den Test bereit. Für vereist de accusatief, dus het mannelijke der Test wordt den Test.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich bin für den nächsten Übungsschritt bereit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bin ich für den nächsten Übungsschritt bereit?

    Bin ich für den nächsten Übungsschritt bereit? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met bereit für: een bewerende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met “Ich bin für den Test bereit.”.