Het idee

Leer de volledige constructie bestehen aus, inclusief de aanvulling in de datief. Het voorzetsel aus hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
bestehen ausDativ

Herstel de aanvulling

  • Das Set besteht aus einen Ordner und drei Heften. Das Set besteht aus einem Ordner und drei Heften.

    Aus vereist de datief voor elk genoemd onderdeel.

Voorbeelden

  • Der Kurs besteht aus einer Einführung und drei Übungen.De cursus bestaat uit een inleiding en drie oefeningen.
  • Besteht der Kurs aus einer Einführung und drei Übungen?Bestaat de cursus uit een inleiding en drie oefeningen?
  • Die Gruppe besteht aus zwölf Erwachsenen.De groep bestaat uit twaalf volwassenen.
  • Besteht die Gruppe aus zwölf Erwachsenen?Bestaat de groep uit twaalf volwassenen?
  • Die Abdeckung besteht aus einem leichten Kunststoff.De afdekking bestaat uit een lichte kunststof.
  • Besteht die Abdeckung aus einem leichten Kunststoff?Bestaat de afdekking uit een lichte kunststof?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Aus vereist de datief voor elk genoemd onderdeel.

Probeer het zelf

  1. bestehen ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aus

    aus: dit is het vereiste voorzetsel in bestehen aus.

  2. Verbeter: Das Set besteht aus einen Ordner und drei Heften.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Das Set besteht aus einem Ordner und drei Heften.

    Das Set besteht aus einem Ordner und drei Heften. Aus vereist de datief voor elk genoemd onderdeel.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Der Kurs besteht aus einer Einführung und drei Übungen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Besteht der Kurs aus einer Einführung und drei Übungen?

    Besteht der Kurs aus einer Einführung und drei Übungen? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met bestehen aus: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de datief; vergelijk beide met “Das Set besteht aus einem Ordner und drei Heften.”.