Het idee

Leer de volledige constructie Beziehung zu, inclusief het complement in de Dativ. Het voorzetsel zu hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
Beziehung zuDativ

Herstel het complement

  • Die Beziehung zu den Ort bleibt wichtig. Die Beziehung zu dem Ort bleibt wichtig.

    Zu vereist de datief; Ort is mannelijk, dus gebruik dem Ort.

Voorbeelden

  • Ich habe eine gute Beziehung zu meinen früheren Kollegen.Ik heb een goede relatie met mijn voormalige collega's.
  • Habe ich eine gute Beziehung zu meinen früheren Kollegen?Heb ik een goede relatie met mijn voormalige collega's?
  • Der Text beschreibt eine Beziehung zu einem entfernten Ort.De tekst beschrijft een band met een ver verwijderde plek.
  • Beschreibt der Text eine Beziehung zu einem entfernten Ort?Beschrijft de tekst een band met een ver verwijderde plek?
  • Wir untersuchen die Beziehung zu den anderen Begriffen.Wij onderzoeken de verhouding tot de andere begrippen.
  • Untersuchen wir die Beziehung zu den anderen Begriffen?Onderzoeken wij de verhouding tot de andere begrippen?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zu vereist de datief; Ort is mannelijk, dus gebruik dem Ort.

Probeer het zelf

  1. Beziehung ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zu

    zu: dit is het vereiste voorzetsel in Beziehung zu.

  2. Verbeter: Die Beziehung zu den Ort bleibt wichtig.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Die Beziehung zu dem Ort bleibt wichtig.

    Die Beziehung zu dem Ort bleibt wichtig. Zu vereist de datief; Ort is mannelijk, dus gebruik dem Ort.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich habe eine gute Beziehung zu meinen früheren Kollegen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Habe ich eine gute Beziehung zu meinen früheren Kollegen?

    Habe ich eine gute Beziehung zu meinen früheren Kollegen? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met Beziehung zu: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Dativ; vergelijk beide met “Die Beziehung zu dem Ort bleibt wichtig.”.