Het idee

Leer de volledige constructie eifersüchtig auf, inclusief het complement in de Akkusativ. Het voorzetsel auf hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt het finiete werkwoord vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
eifersüchtig aufAkkusativ

Herstel het complement

  • Er ist auf dem neuen Kollegen eifersüchtig. Er ist auf den neuen Kollegen eifersüchtig.

    Auf neemt in dit adjectiefpatroon de accusatief; Kollege heeft nog steeds zijn zwakke uitgang -en.

Voorbeelden

  • Die Figur ist auf den neuen Freund ihrer Schwester eifersüchtig.Het personage is jaloers op de nieuwe vriend van haar zus.
  • Ist die Figur auf den neuen Freund ihrer Schwester eifersüchtig?Is het personage jaloers op de nieuwe vriend van haar zus?
  • Der Bruder ist auf die Aufmerksamkeit für das Baby eifersüchtig.De broer is jaloers op de aandacht voor de baby.
  • Ist der Bruder auf die Aufmerksamkeit für das Baby eifersüchtig?Is de broer jaloers op de aandacht voor de baby?
  • Ich bin auf eure zusätzliche Freizeit ein wenig eifersüchtig.Ik ben een beetje jaloers op jullie extra vrije tijd.
  • Bin ich auf eure zusätzliche Freizeit ein wenig eifersüchtig?Ben ik een beetje jaloers op jullie extra vrije tijd?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Auf neemt in dit adjectiefpatroon de accusatief; Kollege heeft nog steeds zijn zwakke uitgang -en.

Probeer het zelf

  1. eifersüchtig ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    auf

    auf: dit is het vereiste voorzetsel in eifersüchtig auf.

  2. Verbeter: Er ist auf dem neuen Kollegen eifersüchtig.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Er ist auf den neuen Kollegen eifersüchtig.

    Er ist auf den neuen Kollegen eifersüchtig. Auf neemt in dit adjectiefpatroon de accusatief; Kollege heeft nog steeds zijn zwakke uitgang -en.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Die Figur ist auf den neuen Freund ihrer Schwester eifersüchtig.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ist die Figur auf den neuen Freund ihrer Schwester eifersüchtig?

    Ist die Figur auf den neuen Freund ihrer Schwester eifersüchtig? Het finiete werkwoord staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met eifersüchtig auf: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met "Er ist auf den neuen Kollegen eifersüchtig.".