Het idee

Leer de volledige constructie froh über, inclusief het complement in de Akkusativ. Het voorzetsel über hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt het finiete werkwoord vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
froh überAkkusativ

Herstel het complement

  • Sie ist über dem Erfolg froh. Sie ist über den Erfolg froh.

    De reden voor de blijdschap neemt über plus accusatief, niet de datief van plaats.

Voorbeelden

  • Ich bin über die schnelle Antwort froh.Ik ben blij met het snelle antwoord.
  • Bin ich über die schnelle Antwort froh?Ben ik blij met het snelle antwoord?
  • Die Nachbarin ist über den gefundenen Schlüssel froh.De buurvrouw is blij dat de sleutel gevonden is.
  • Ist die Nachbarin über den gefundenen Schlüssel froh?Is de buurvrouw blij dat de sleutel gevonden is?
  • Wir sind über das trockene Wetter froh.Wij zijn blij met het droge weer.
  • Sind wir über das trockene Wetter froh?Zijn wij blij met het droge weer?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De reden voor de blijdschap neemt über plus accusatief, niet de datief van plaats.

Probeer het zelf

  1. froh ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    über

    über: dit is het vereiste voorzetsel in froh über.

  2. Verbeter: Sie ist über dem Erfolg froh.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Sie ist über den Erfolg froh.

    Sie ist über den Erfolg froh. De reden voor de blijdschap neemt über plus accusatief, niet de datief van plaats.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich bin über die schnelle Antwort froh.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bin ich über die schnelle Antwort froh?

    Bin ich über die schnelle Antwort froh? Het finiete werkwoord staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met froh über: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met "Sie ist über den Erfolg froh.".