Het idee

Leer de volledige constructie oberhalb, inclusief het complement in de Genitiv. Het voorzetsel oberhalb hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
oberhalbGenitiv

Herstel het complement

  • Oberhalb der Weg liegt eine Wiese. Oberhalb des Weges liegt eine Wiese.

    Oberhalb leidt het referentiepunt in de genitief in: des Weges.

Voorbeelden

  • Die Hütte liegt oberhalb des Dorfes.De hut ligt boven het dorp.
  • Liegt die Hütte oberhalb des Dorfes?Ligt de hut boven het dorp?
  • Das Schild hängt oberhalb der Eingangstür.Het bord hangt boven de ingangsdeur.
  • Hängt das Schild oberhalb der Eingangstür?Hangt het bord boven de ingangsdeur?
  • Wir finden den Hinweis oberhalb des Bildes.Wij vinden de aanwijzing boven het schilderij.
  • Finden wir den Hinweis oberhalb des Bildes?Vinden wij de aanwijzing boven het schilderij?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Oberhalb leidt het referentiepunt in de genitief in: des Weges.

Probeer het zelf

  1. oberhalb — welke naamval staat bij de aanvulling?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Genitiv

    Genitiv: dit is de vereiste naamval bij oberhalb.

  2. Verbeter: Oberhalb der Weg liegt eine Wiese.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Oberhalb des Weges liegt eine Wiese.

    Oberhalb des Weges liegt eine Wiese. Oberhalb leidt het referentiepunt in de genitief in: des Weges.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Die Hütte liegt oberhalb des Dorfes.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Liegt die Hütte oberhalb des Dorfes?

    Liegt die Hütte oberhalb des Dorfes? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met oberhalb: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Genitiv; vergelijk beide met “Oberhalb des Weges liegt eine Wiese.”.