Het idee

Leer de volledige constructie verliebt in, inclusief het complement in de Akkusativ. Het voorzetsel in hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt het finiete werkwoord vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
verliebt inAkkusativ

Herstel het complement

  • Sie ist in ihrem Freund verliebt. Sie ist in ihren Freund verliebt.

    Verliebt in legt de accusatief vast, dus gebruik ihren Freund.

Voorbeelden

  • Die Romanfigur ist in ihren langjährigen Freund verliebt.Het personage uit de roman is verliefd op haar oude vriend.
  • Ist die Romanfigur in ihren langjährigen Freund verliebt?Is het personage uit de roman verliefd op haar oude vriend?
  • Der Erzähler ist in die Stadt am Meer verliebt.De verteller is verliefd op het stadje aan zee.
  • Ist der Erzähler in die Stadt am Meer verliebt?Is de verteller verliefd op het stadje aan zee?
  • Wir sind in den kleinen Garten verliebt.Wij zijn verliefd op de kleine tuin.
  • Sind wir in den kleinen Garten verliebt?Zijn wij verliefd op de kleine tuin?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verliebt in legt de accusatief vast, dus gebruik ihren Freund.

Probeer het zelf

  1. verliebt ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    in

    in: dit is het vereiste voorzetsel in verliebt in.

  2. Verbeter: Sie ist in ihrem Freund verliebt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Sie ist in ihren Freund verliebt.

    Sie ist in ihren Freund verliebt. Verliebt in legt de accusatief vast, dus gebruik ihren Freund.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Die Romanfigur ist in ihren langjährigen Freund verliebt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ist die Romanfigur in ihren langjährigen Freund verliebt?

    Ist die Romanfigur in ihren langjährigen Freund verliebt? Het finiete werkwoord staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met verliebt in: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met "Sie ist in ihren Freund verliebt.".