Het idee

Leer de volledige constructie Zugang zu, inclusief het complement in de Dativ. Het voorzetsel zu hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
Zugang zuDativ

Herstel het complement

  • Der Zugang zu den Raum ist frei. Der Zugang zu dem Raum ist frei.

    Zu vereist de datief; zu dem wordt vaak samengetrokken tot zum.

Voorbeelden

  • Ich habe Zugang zu dem gemeinsam genutzten Raum.Ik heb toegang tot de gedeelde ruimte.
  • Habe ich Zugang zu dem gemeinsam genutzten Raum?Heb ik toegang tot de gedeelde ruimte?
  • Die Karte ermöglicht den Zugang zur Ausstellung.De kaart geeft toegang tot de tentoonstelling.
  • Ermöglicht die Karte den Zugang zur Ausstellung?Geeft de kaart toegang tot de tentoonstelling?
  • Wir brauchen Zugang zu einem vollständigen Plan.Wij hebben toegang tot een volledig plan nodig.
  • Brauchen wir Zugang zu einem vollständigen Plan?Hebben wij toegang tot een volledig plan nodig?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zu vereist de datief; zu dem wordt vaak samengetrokken tot zum.

Probeer het zelf

  1. Zugang ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zu

    zu: dit is het vereiste voorzetsel in Zugang zu.

  2. Verbeter: Der Zugang zu den Raum ist frei.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Der Zugang zu dem Raum ist frei.

    Der Zugang zu dem Raum ist frei. Zu vereist de datief; zu dem wordt vaak samengetrokken tot zum.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich habe Zugang zu dem gemeinsam genutzten Raum.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Habe ich Zugang zu dem gemeinsam genutzten Raum?

    Habe ich Zugang zu dem gemeinsam genutzten Raum? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met Zugang zu: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Dativ; vergelijk beide met “Der Zugang zu dem Raum ist frei.”.