Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen overal in de zin een hoofdletter.





Het idee
Ook zelfstandig gebruikte werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden: das Lesen, etwas Neues. Een gewone infinitief blijft klein: Wir möchten lesen.
| Form / Muster | Beispiel / Gegensatz |
|---|---|
| Nomen | das Brot |
| nominalisiertes Verb | das Lesen |
| nominalisiertes Adjektiv | etwas Neues |
| Verb | Ich lese. |
Voorbeelden
- Der Bus kommt gleich.
- Wir trinken kaltes Wasser.
- Das Lesen macht mir Freude.
- Sie wünscht dir alles Gute.
- Heute gehen wir schwimmen.
- Am Montag beginnt der Kurs.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Na möchten blijft lesen een infinitief met kleine letter: Wir möchten lesen. Het zelfstandig gebruikte das Lesen krijgt een hoofdletter.
Probeer het zelf
Wir kaufen frisches ___. (brot / Brot)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Brot
Antwoord: “Brot”. Het woord is hier een zelfstandig naamwoord en krijgt een hoofdletter.
Das ___ hilft mir. (üben / Üben)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Üben
Antwoord: “Üben”. Het werkwoord wordt na het lidwoord zelfstandig gebruikt en krijgt een hoofdletter.
Wir möchten heute ___. (lesen / Lesen)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
lesen
Antwoord: “lesen”. Dit blijft een gewone infinitief en krijgt een kleine letter.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Wir kaufen frisches ___. (brot / Brot)
Das ___ hilft mir. (üben / Üben)
Wir möchten heute ___. (lesen / Lesen)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen: één met de naam van een voorwerp, één met das Lesen en één met de infinitief lesen na möchten. Markeer de hoofdletters en verklaar het verschil tussen zelfstandig naamwoord en werkwoord.

