Het idee

Gebruik der Aufzug voor de nominatief enkelvoud, den Aufzug voor de accusatief, dem Aufzug voor de datief en des Aufzugs voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Aufzügen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Aufzugdie Aufzüge
Akkusativden Aufzugdie Aufzüge
Dativdem Aufzugden Aufzügen
Genitivdes Aufzugsder Aufzüge

Betekenis en handige combinaties

Een Aufzug is een lift in een gebouw; Fahrstuhl is een gangbaar synoniem. Het meervoud Aufzüge heeft een umlaut.

Handige combinaties: mit dem Aufzug fahren; der Aufzug hält; ein defekter Aufzug. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Aufzug der Aufzug

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Aufzug. In de hier geleerde betekenis is Aufzug mannelijk. De nominatief meervoud is die Aufzüge. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Aufzug hält auf jeder Etage.De lift stopt op elke verdieping.
  • Für den Kinderwagen brauchen wir den Aufzug.Voor de kinderwagen hebben we de lift nodig.
  • Im Aufzug ist Platz für sechs Personen.In de lift is plaats voor zes personen.
  • Die Tür des Aufzugs öffnet sich langsam.De deur van de lift gaat langzaam open.
  • Im Krankenhaus gibt es getrennte Aufzüge.In het ziekenhuis zijn er aparte liften.
  • Vor den Aufzügen steht eine kleine Warteschlange.Voor de liften staat een kleine rij.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Aufzug — die Aufzüge. Een Aufzug is een lift in een gebouw; Fahrstuhl is een gangbaar synoniem. Het meervoud Aufzüge heeft een umlaut.

Probeer het zelf

  1. ___ Aufzug (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Aufzug is mannelijk.

  2. Meervoud: der Aufzug → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Aufzüge

    Aufzüge: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Aufzug (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Aufzug.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Aufzug en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.