Het idee

Gebruik das Brötchen voor de nominatief enkelvoud, das Brötchen voor de accusatief, dem Brötchen voor de datief en des Brötchens voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Brötchen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdas Brötchendie Brötchen
Akkusativdas Brötchendie Brötchen
Dativdem Brötchenden Brötchen
Genitivdes Brötchensder Brötchen

Betekenis en handige combinaties

De verkleinwoorduitgang chen maakt Brötchen onzijdig. Regionale namen zoals Semmel hebben een eigen geslacht en meervoud.

Handige combinaties: ein belegtes Brötchen; frische Brötchen holen; das Vollkornbrötchen. Oefen elke combinatie als een volledige uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Brötchen das Brötchen

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: das Brötchen. In de betekenis die hier wordt geleerd, is Brötchen onzijdig. De nominatief meervoud is die Brötchen. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Das Brötchen mit dem Mohn ist für Eva.Het broodje met maanzaad is voor Eva.
  • Ich nehme ein Brötchen mit Käse mit.Ik neem een broodje kaas mee.
  • Auf dem Brötchen liegt eine Scheibe Gurke.Op het broodje ligt een plakje komkommer.
  • Die Unterseite des Brötchens ist dunkel.De onderkant van het broodje is donker.
  • Morgens holen wir sechs frische Brötchen.'s Ochtends halen we zes verse broodjes.
  • Zwischen den Brötchen liegt ein kleines Gebäckstück.Tussen de broodjes ligt een klein stukje gebak.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basispaar om te leren is das Brötchen — die Brötchen. De verkleinwoorduitgang chen maakt Brötchen onzijdig. Regionale namen zoals Semmel hebben een eigen geslacht en meervoud.

Probeer het zelf

  1. ___ Brötchen (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    das

    das: Brötchen is onzijdig.

  2. Meervoud: das Brötchen → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Brötchen

    Brötchen: het meervoud heeft het lidwoord die in de nominatief en de accusatief.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Brötchen (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Brötchen.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Brötchen en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.