Het idee

Gebruik der Bus voor de nominatief enkelvoud, den Bus voor de accusatief, dem Bus voor de datief en des Busses voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Bussen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Busdie Busse
Akkusativden Busdie Busse
Dativdem Busden Bussen
Genitivdes Bussesder Busse

Betekenis en handige combinaties

Bus vormt Busse en Busses met dubbele s. Bus fahren kan ook betekenen dat je met de bus reist, niet alleen dat je er een bestuurt.

Handige combinaties: mit dem Bus fahren; den Bus nehmen; der Nachtbus. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcheck: nominatief enkelvoud

  • die Bus der Bus

    Deze oefening vraagt om de nominatief enkelvoud: der Bus. In de hier geleerde betekenis is Bus mannelijk. De nominatief meervoud is die Busse. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Bus zur Universität fährt gleich ab.De bus naar de universiteit vertrekt zo.
  • Ich nehme den Bus um sieben Uhr zehn.Ik neem de bus om tien over zeven.
  • Im Bus ist heute kein Sitzplatz frei.In de bus is vandaag geen zitplaats vrij.
  • Die Anzeige des Busses zeigt die Endhaltestelle.Het display van de bus toont de eindhalte.
  • Die Busse fahren während des Festes eine andere Route.De bussen rijden tijdens het festival een andere route.
  • In den Bussen gibt es Platz für Kinderwagen.In de bussen is er plaats voor kinderwagens.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basispaar om te leren is der Bus — die Busse. Bus vormt Busse en Busses met dubbele s. Bus fahren kan ook betekenen dat je met de bus reist, niet alleen dat je er een bestuurt.

Probeer het zelf

  1. ___ Bus (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Bus is mannelijk.

  2. Meervoud: der Bus → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Busse

    Busse: het meervoud heeft in de nominatief en accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Bus (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit staat met de datief, dus mit dem Bus.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Bus en zijn vormen en maak daarna de oefeningen over lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.