Het idee

Gebruik das Dach voor de nominatief enkelvoud, das Dach voor de accusatief, dem Dach voor de datief en des Daches voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Dächern.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdas Dachdie Dächer
Akkusativdas Dachdie Dächer
Dativdem Dachden Dächern
Genitivdes Dachesder Dächer

Betekenis en handige combinaties

In het meervoud Dächer wordt a een ä en komt de uitgang -er erbij. Unter einem Dach kan ook betekenen dat je een gebouw of organisatie deelt.

Handige combinaties: auf dem Dach; ein undichtes Dach; unter einem Dach. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Dach das Dach

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: das Dach. In de hier geleerde betekenis is Dach onzijdig. De nominatief meervoud is die Dächer. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Das Dach der Werkstatt wird neu gedeckt.Het dak van de werkplaats wordt opnieuw gedekt.
  • Ein Handwerker untersucht das Dach nach dem Sturm.Een vakman inspecteert het dak na de storm.
  • Auf dem Dach sitzt eine Möwe.Op het dak zit een meeuw.
  • Die Kante des Daches ist mit Schnee bedeckt.De rand van het dak is met sneeuw bedekt.
  • Die Dächer im Dorf sind überwiegend rot.De daken in het dorp zijn grotendeels rood.
  • Auf vielen Dächern sieht man Solarmodule.Op veel daken zie je zonnepanelen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is das Dach — die Dächer. In het meervoud Dächer wordt a een ä en komt de uitgang -er erbij. Unter einem Dach kan ook betekenen dat je een gebouw of organisatie deelt.

Probeer het zelf

  1. ___ Dach (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    das

    das: Dach is onzijdig.

  2. Meervoud: das Dach → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Dächer

    Dächer: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Dach (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Dach.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Dach en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.