Het idee

Gebruik die Fahrkarte voor de nominatief enkelvoud, die Fahrkarte voor de accusatief, der Fahrkarte voor de datief en der Fahrkarte voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Fahrkarten.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdie Fahrkartedie Fahrkarten
Akkusativdie Fahrkartedie Fahrkarten
Dativder Fahrkarteden Fahrkarten
Genitivder Fahrkarteder Fahrkarten

Betekenis en handige combinaties

Fahrkarte is een kaartje voor het openbaar vervoer. Eintrittskarte is een toegangskaartje; deze woorden zijn niet overal uitwisselbaar.

Handige combinaties: eine Fahrkarte kaufen; die Fahrkarte zeigen; eine gültige Fahrkarte. Oefen elke combinatie als volledige zin of uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • das Fahrkarte die Fahrkarte

    Deze controle vraagt naar de nominatief enkelvoud: die Fahrkarte. In de hier behandelde betekenis is Fahrkarte vrouwelijk. De nominatief meervoud is die Fahrkarten. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Die Fahrkarte gilt bis zur letzten Station.Het kaartje is geldig tot het eindstation.
  • Ich kaufe die Fahrkarte am Automaten.Ik koop het kaartje bij de automaat.
  • Mit dieser Fahrkarte darf ich auch den Bus nehmen.Met dit kaartje mag ik ook de bus nemen.
  • Der Preis der Fahrkarte steht unten rechts.De prijs van het kaartje staat rechtsonder.
  • Die Fahrkarten für unsere Gruppe sind schon ausgedruckt.De kaartjes voor onze groep zijn al uitgeprint.
  • Auf den Fahrkarten steht jeweils ein Name.Op elk van de kaartjes staat een naam.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is die Fahrkarte — die Fahrkarten. Fahrkarte is een kaartje voor het openbaar vervoer. Eintrittskarte is een toegangskaartje; deze woorden zijn niet overal uitwisselbaar.

Probeer het zelf

  1. ___ Fahrkarte (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die

    die: Fahrkarte is vrouwelijk.

  2. Meervoud: die Fahrkarte → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Fahrkarten

    Fahrkarten: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Fahrkarte (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: mit vraagt de datief, dus mit der Fahrkarte.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Fahrkarte en de bijbehorende vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.