Het idee

Gebruik der Gast voor de nominatief enkelvoud, den Gast voor de accusatief, dem Gast voor de datief en des Gastes voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Gästen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Gastdie Gäste
Akkusativden Gastdie Gäste
Dativdem Gastden Gästen
Genitivdes Gastesder Gäste

Betekenis en bruikbare combinaties

Gast is mannelijk met het meervoud met umlaut Gäste. Het kan verwijzen naar bezoekers, gasten in een restaurant of uitgenodigde deelnemers; de context bepaalt dat.

Bruikbare combinaties: einen Gast begrüßen; zu Gast sein; der Ehrengast. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Gast der Gast

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Gast. In de hier behandelde betekenis is Gast mannelijk. De nominatief meervoud is die Gäste. Leer beide vormen samen; een vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Gast aus der Partnerstadt hält eine kurze Rede.De gast uit de partnerstad houdt een korte toespraak.
  • Ich begrüße den Gast am Eingang.Ik verwelkom de gast bij de ingang.
  • Dem Gast bieten wir zuerst etwas Wasser an.We bieden de gast eerst wat water aan.
  • Die Ankunft des Gastes wurde für den Nachmittag angekündigt.De komst van de gast werd voor de middag aangekondigd.
  • Die Gäste sitzen an zwei langen Tischen.De gasten zitten aan twee lange tafels.
  • Unter den Gästen sind mehrere ehemalige Vereinsmitglieder.Onder de gasten zijn meerdere oud-leden van de vereniging.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zet het geslacht van een vertaald woord niet over naar het Duits. Het basispaar om te leren is der Gast — die Gäste. Gast is mannelijk met het meervoud met umlaut Gäste. Het kan verwijzen naar bezoekers, gasten in een restaurant of uitgenodigde deelnemers; de context bepaalt dat.

Probeer het zelf

  1. ___ Gast (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Gast is mannelijk.

  2. Meervoud: der Gast → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gäste

    Gäste: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Gast (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit staat met de datief, dus mit dem Gast.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Gast en de vormen ervan, en vul daarna zonder naar de tabel te kijken de controles voor lidwoord, meervoud en datief in.