Het idee

Gebruik das Kind voor de nominatief enkelvoud, das Kind voor de accusatief, dem Kind voor de datief en des Kindes voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Kindern.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdas Kinddie Kinder
Akkusativdas Kinddie Kinder
Dativdem Kindden Kindern
Genitivdes Kindesder Kinder

Betekenis en handige combinaties

Kind heeft een onzijdig grammaticaal geslacht, ongeacht het geslacht van het kind. Kinder is een meervoud op -er zonder umlaut.

Handige combinaties: ein Kind abholen; mit einem Kind sprechen; das Schulkind. Oefen elke combinatie als volledige uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Kind das Kind

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: das Kind. In de hier behandelde betekenis is Kind onzijdig. De nominatief meervoud is die Kinder. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Das Kind baut einen Turm aus Holzklötzen.Het kind bouwt een toren van houten blokken.
  • Ich hole das Kind nach dem Kurs ab.Ik haal het kind na de cursus op.
  • Mit dem Kind bespreche ich den Weg zur Schule.Met het kind bespreek ik de route naar school.
  • Die Jacke des Kindes hängt am niedrigen Haken.De jas van het kind hangt aan de lage haak.
  • Die Kinder malen Bilder für das Sommerfest.De kinderen schilderen tekeningen voor het zomerfeest.
  • Bei den Kindern kommt die neue Geschichte gut an.Bij de kinderen valt het nieuwe verhaal goed in de smaak.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is das Kind — die Kinder. Kind heeft een onzijdig grammaticaal geslacht, ongeacht het geslacht van het kind. Kinder is een meervoud op -er zonder umlaut.

Probeer het zelf

  1. ___ Kind (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    das

    das: Kind is onzijdig.

  2. Meervoud: das Kind → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Kinder

    Kinder: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Kind (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Kind.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Kind en de vormen ervan, en vul daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief in zonder naar de tabel te kijken.