Het idee

Gebruik das Kleid voor de nominatief enkelvoud, das Kleid voor de accusatief, dem Kleid voor de datief en des Kleides voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Kleidern.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdas Kleiddie Kleider
Akkusativdas Kleiddie Kleider
Dativdem Kleidden Kleidern
Genitivdes Kleidesder Kleider

Betekenis en handige combinaties

Ein Kleid betekent meestal een jurk. Kleider kan jurken betekenen en, in ruimer of ouder taalgebruik, kleren.

Handige combinaties: ein Kleid anziehen; ein festliches Kleid; das Sommerkleid. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcheck: nominatief enkelvoud

  • die Kleid das Kleid

    Deze oefening vraagt om de nominatief enkelvoud: das Kleid. In de hier geleerde betekenis is Kleid onzijdig. De nominatief meervoud is die Kleider. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Das Kleid hat einen schmalen Gürtel.De jurk heeft een smalle riem.
  • Ich leihe mir ein Kleid für die Feier.Ik leen een jurk voor het feest.
  • Zu dem Kleid passen flache Schuhe.Platte schoenen passen goed bij de jurk.
  • Der Rücken des Kleides ist offen.De rug van de jurk is open.
  • Die Kleider für das Theaterstück hängen bereit.De jurken voor het toneelstuk hangen klaar.
  • An den Kleidern sind die Namen der Figuren befestigt.Aan de jurken zijn de namen van de personages bevestigd.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basispaar om te leren is das Kleid — die Kleider. Ein Kleid betekent meestal een jurk. Kleider kan jurken betekenen en, in ruimer of ouder taalgebruik, kleren.

Probeer het zelf

  1. ___ Kleid (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    das

    das: Kleid is onzijdig.

  2. Meervoud: das Kleid → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Kleider

    Kleider: het meervoud heeft in de nominatief en accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Kleid (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit staat met de datief, dus mit dem Kleid.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Kleid en zijn vormen en maak daarna de oefeningen over lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.