Het idee

Gebruik der Schrank voor de nominatief enkelvoud, den Schrank voor de accusatief, dem Schrank voor de datief en des Schrankes voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Schränken.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Schrankdie Schränke
Akkusativden Schrankdie Schränke
Dativdem Schrankden Schränken
Genitivdes Schrankesder Schränke

Betekenis en handige combinaties

Een Schrank is een opbergmeubel; samenstellingen geven aan waarvoor hij dient, zoals Kleiderschrank en Küchenschrank.

Handige combinaties: im Schrank; einen Schrank aufbauen; der Kleiderschrank. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Schrank der Schrank

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Schrank. In de hier geleerde betekenis is Schrank mannelijk. De nominatief meervoud is die Schränke. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Schrank im Flur enthält unsere Werkzeugkiste.In de kast in de gang zit onze gereedschapskist.
  • Wir bauen den Schrank am Wochenende auf.We zetten de kast in het weekend in elkaar.
  • Im Schrank steht noch eine leere Vase.In de kast staat nog een lege vaas.
  • Die rechte Tür des Schrankes schließt nicht richtig.De rechterdeur van de kast sluit niet goed.
  • Die neuen Schränke werden am Dienstag geliefert.De nieuwe kasten worden dinsdag geleverd.
  • Auf den Schränken hat sich Staub gesammelt.Op de kasten heeft zich stof verzameld.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Schrank — die Schränke. Een Schrank is een opbergmeubel; samenstellingen geven aan waarvoor hij dient, zoals Kleiderschrank en Küchenschrank.

Probeer het zelf

  1. ___ Schrank (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Schrank is mannelijk.

  2. Meervoud: der Schrank → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Schränke

    Schränke: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Schrank (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Schrank.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Schrank en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.