





Het idee
Gebruik der Tisch voor de nominatief enkelvoud, den Tisch voor de accusatief, dem Tisch voor de datief en des Tisches voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Tischen.
| Naamval | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|
| Nominativ | der Tisch | die Tische |
| Akkusativ | den Tisch | die Tische |
| Dativ | dem Tisch | den Tischen |
| Genitiv | des Tisches | der Tische |
Betekenis en handige combinaties
Am Tisch beschrijft dat je aan een tafel zit of werkt; auf dem Tisch beschrijft iets wat op het tafelblad ligt.
Handige combinaties: den Tisch decken; am Tisch; auf dem Tisch. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.
Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud
die Tischder TischDeze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Tisch. In de hier geleerde betekenis is Tisch mannelijk. De nominatief meervoud is die Tische. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.
Voorbeelden
- Der Tisch neben der Steckdose ist reserviert.De tafel naast het stopcontact is gereserveerd.
- Wir decken den Tisch für sechs Personen.We dekken de tafel voor zes personen.
- Auf dem Tisch liegt eine gefaltete Karte.Op de tafel ligt een opgevouwen kaart.
- Ein Bein des Tisches wackelt.Een poot van de tafel wiebelt.
- Die Tische auf der Terrasse sind noch nass.De tafels op het terras zijn nog nat.
- Zwischen den Tischen muss ein Gang frei bleiben.Tussen de tafels moet een looppad vrij blijven.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Tisch — die Tische. Am Tisch beschrijft dat je aan een tafel zit of werkt; auf dem Tisch beschrijft iets wat op het tafelblad ligt.
Probeer het zelf
___ Tisch (der / die / das)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
der
der: Tisch is mannelijk.
Meervoud: der Tisch → die ___
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Tische
Tische: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.
Datief enkelvoud: mit ___ Tisch (dem / der)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
dem
dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Tisch.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
___ Tisch (der / die / das)
Meervoud: der Tisch → die ___
Datief enkelvoud: mit ___ Tisch (dem / der)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Lees de zes situaties, herken Tisch en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.

