Het idee

Gebruik die Tür voor de nominatief enkelvoud, die Tür voor de accusatief, der Tür voor de datief en der Tür voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Türen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdie Türdie Türen
Akkusativdie Türdie Türen
Dativder Türden Türen
Genitivder Türder Türen

Betekenis en handige combinaties

Een Tür is een deur; een Tor is een grotere poort. Gebruik an der Tür voor aan de deur zijn en durch die Tür voor er doorheen gaan.

Handige combinaties: die Tür öffnen; an der Tür; eine verschlossene Tür. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • das Tür die Tür

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: die Tür. In de hier geleerde betekenis is Tür vrouwelijk. De nominatief meervoud is die Türen. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Die Tür zum Keller bleibt geschlossen.De deur naar de kelder blijft dicht.
  • Kannst du die Tür einen Moment aufhalten?Kun je de deur even openhouden?
  • An der Tür hängt ein neuer Hinweis.Aan de deur hangt een nieuwe mededeling.
  • Das Schloss der Tür funktioniert wieder.Het slot van de deur werkt weer.
  • Die Türen schließen automatisch um acht.De deuren sluiten om acht uur automatisch.
  • Vor den Türen warten schon mehrere Gäste.Voor de deuren wachten al meerdere gasten.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is die Tür — die Türen. Een Tür is een deur; een Tor is een grotere poort. Gebruik an der Tür voor aan de deur zijn en durch die Tür voor er doorheen gaan.

Probeer het zelf

  1. ___ Tür (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die

    die: Tür is vrouwelijk.

  2. Meervoud: die Tür → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Türen

    Türen: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Tür (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: mit vraagt de datief, dus mit der Tür.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Tür en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.