Het idee

Gebruik die Waschmaschine voor de nominatief enkelvoud, die Waschmaschine voor de accusatief, der Waschmaschine voor de datief en der Waschmaschine voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Waschmaschinen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdie Waschmaschinedie Waschmaschinen
Akkusativdie Waschmaschinedie Waschmaschinen
Dativder Waschmaschineden Waschmaschinen
Genitivder Waschmaschineder Waschmaschinen

Betekenis en handige combinaties

Het laatste deel Maschine maakt Waschmaschine vrouwelijk. Wäsche betekent was (wasgoed); Waschmaschine is het apparaat.

Handige combinaties: die Waschmaschine beladen; in der Waschmaschine; ein kurzer Waschgang. Oefen elke combinatie als een volledige uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • das Waschmaschine die Waschmaschine

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: die Waschmaschine. In de betekenis die hier wordt geleerd, is Waschmaschine vrouwelijk. De nominatief meervoud is die Waschmaschinen. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Die Waschmaschine steht im gemeinsamen Waschraum.De wasmachine staat in de gemeenschappelijke wasruimte.
  • Wir beladen die Waschmaschine nur mit dunkler Wäsche.We doen alleen donkere was in de wasmachine.
  • In der Waschmaschine steckt noch eine Socke.Er zit nog een sok in de wasmachine.
  • Die Tür der Waschmaschine bleibt nach dem Waschen offen.De deur van de wasmachine blijft na het wassen open.
  • Der Waschsalon hat zwölf Waschmaschinen.De wasserette heeft twaalf wasmachines.
  • An den Waschmaschinen stehen die Preise für jeden Waschgang.Op de wasmachines staan de prijzen voor elke wasbeurt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basispaar om te leren is die Waschmaschine — die Waschmaschinen. Het laatste deel Maschine maakt Waschmaschine vrouwelijk. Wäsche betekent was (wasgoed); Waschmaschine is het apparaat.

Probeer het zelf

  1. ___ Waschmaschine (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die

    die: Waschmaschine is vrouwelijk.

  2. Meervoud: die Waschmaschine → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Waschmaschinen

    Waschmaschinen: het meervoud heeft het lidwoord die in de nominatief en de accusatief.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Waschmaschine (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: mit vraagt de datief, dus mit der Waschmaschine.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Waschmaschine en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.