Het idee

Gebruik der Zahn voor de nominatief enkelvoud, den Zahn voor de accusatief, dem Zahn voor de datief en des Zahnes voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Zähnen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Zahndie Zähne
Akkusativden Zahndie Zähne
Dativdem Zahnden Zähnen
Genitivdes Zahnesder Zähne

Betekenis en bruikbare combinaties

Zahn verandert a in ä en voegt in het meervoud -e toe. Zahn kan ook een tand van een tandwiel aanduiden.

Bruikbare combinaties: die Zähne putzen; ein lockerer Zahn; das Zahnrad. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Zahn der Zahn

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Zahn. In de hier behandelde betekenis is Zahn mannelijk. De nominatief meervoud is die Zähne. Leer beide vormen samen; een vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Zahn auf der Zeichnung ist stark vergrößert.De tand op de tekening is sterk vergroot.
  • Das Kind zeigt mir seinen ersten ausgefallenen Zahn.Het kind laat me de eerste tand zien die het kwijt is.
  • An dem Zahn des alten Kamms ist eine Ecke abgebrochen.Van een tand van de oude kam is een hoekje afgebroken.
  • Die Form des Zahnes ist im Modell gut sichtbar.De vorm van de tand is op het model goed te zien.
  • Die Zähne des kleinen Zahnrads greifen ineinander.De tanden van het kleine tandwiel grijpen in elkaar.
  • Zwischen den Zähnen des Kamms hängen Haare.Tussen de tanden van de kam zitten haren vast.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zet het geslacht van een vertaald woord niet over naar het Duits. Het basispaar om te leren is der Zahn — die Zähne. Zahn verandert a in ä en voegt in het meervoud -e toe. Zahn kan ook een tand van een tandwiel aanduiden.

Probeer het zelf

  1. ___ Zahn (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Zahn is mannelijk.

  2. Meervoud: der Zahn → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Zähne

    Zähne: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Zahn (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit staat met de datief, dus mit dem Zahn.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Zahn en de vormen ervan, en vul daarna zonder naar de tabel te kijken de controles voor lidwoord, meervoud en datief in.