





Het idee
Schrijf aan de ene kant een beeld- of betekenishint, aan de andere kant lidwoord, zelfstandig naamwoord en meervoud. Voeg één zin toe met een naamval die je oefent. Reconstrueer bij de volgende poging de volledige woordgroep voordat je naar het kaartje kijkt.
| Werkstap | Waarneming |
|---|---|
| Vor dem Üben | Was möchte ich ohne Hilfe sagen? |
| Beim Üben | Welche Stelle brauche ich noch als Modell? |
| Nach dem Üben | Kann ich die Information in einem neuen Satz verwenden? |
Een concrete oefenreeks
Schrijf aan de ene kant een beeld- of betekenishint, aan de andere kant lidwoord, zelfstandig naamwoord en meervoud. Voeg één zin toe met een naamval die je oefent. Reconstrueer bij de volgende poging de volledige woordgroep voordat je naar het kaartje kijkt.
Controleer de voorbeeldzin
Das ist den Schlüssel zum Keller.Das ist der Schlüssel zum Keller.Na ist in deze identificerende zin staat de woordgroep in de nominatief: der Schlüssel.
Naast glotworld gebruiken
Gebruik deze originele voorbeelden als een apart oefenblad vóór of na een spelsessie. glotworld biedt oefening voor A1, A2 en B1 voor leerders van het Duits, met betekenissen en hulp in 12 talen, waaronder Engels en Turks. Een microfoon is niet nodig. De game beoordeelt je uitspraak niet en reikt geen taalcertificaat uit; deze oefeningen beweren niet in een bepaalde spelscène voor te komen.
Voorbeelden
- Der Schlüssel zum Fahrrad hängt am roten Band.De fietssleutel hangt aan het rode lint.
- Ich suche den Schlüssel für das kleine Schließfach.Ik zoek de sleutel van het kleine kluisje.
- Mit dem Schlüssel öffnet Mara die Seitentür.Mara opent de zijdeur met de sleutel.
- Die Schlüssel für beide Räume liegen im Umschlag.De sleutels voor beide ruimtes zitten in de envelop.
- Ein Anhänger hilft mir, die Schlüssel zu unterscheiden.Een sleutelhanger helpt me de sleutels te onderscheiden.
- Auf meiner Karte steht der Artikel neben dem Wort.Op mijn kaartje staat het lidwoord naast het woord.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Sla den niet op als blijvend geslacht van een zelfstandig naamwoord alleen omdat het voorbeeld een lijdend voorwerp in de accusatief bevat. Noteer de woordenboekvorm apart van de vorm in de zin.
Probeer het zelf
Welke basisvorm hoort bij „mit dem Schlüssel“?
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
der Schlüssel
Dem markeert in de woordgroep de datief; het mannelijke lidwoord in de nominatief is der.
Vul aan: Ich lege ___ Schlüssel auf das Regal. (der)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
den
De sleutel is het lijdend voorwerp van lege, dus het mannelijke lidwoord staat in de accusatief: den.
Schrijf een nieuwe variant van het laatste voorbeeld. Verander één concreet gegeven en behoud de zinsbouw.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Muster zum Variieren: Auf meiner Karte steht der Artikel neben dem Wort.
Het laatste voorbeeld geeft een zinspatroon, niet één verplicht antwoord. Verander een detail dat bij de situatie past en houd werkwoord, naamval en betekenis consistent.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Welke basisvorm hoort bij „mit dem Schlüssel“?
Vul aan: Ich lege ___ Schlüssel auf das Regal. (der)
Schrijf een nieuwe variant van het laatste voorbeeld. Verander één concreet gegeven en behoud de zinsbouw.
Muster zum Variieren: Auf meiner Karte steht der Artikel neben dem Wort.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Herhaal de reeks met een nieuwe situatie. Een kaartje om lidwoorden terug te halen moet in een betekenisvolle woordgroep naar het geslacht van het zelfstandig naamwoord vragen en dat woord daarna in een zin gebruiken. Leer het lidwoord in de nominatief en het meervoud samen. Een veranderd lidwoord binnen een zin kan de naamval uitdrukken in plaats van een nieuw geslacht. Bewaar één eerste poging en één correctie, zodat je kunt vergelijken wat je zelf hebt gemaakt voordat je een voorbeeld ziet.

