Het idee

In deze set worden “der Spielstein” (speelstuk), “das Spielfeld” (vakje op het bord of speelveld), “der Würfel” (dobbelsteen), “die Ereigniskarte” (gebeurteniskaart), “die Spielregel” (spelregel) en “der Punktestand” (puntenstand) telkens in één betekenis geleerd. Leer elk zelfstandig naamwoord met zijn lidwoord en de betekenis die in deze opdracht wordt gebruikt. De kolom met het meervoud toont een bruikbaar meervoud voor die betekenis; een streepje geeft een stofnaam, een tot zelfstandig naamwoord gemaakte handeling of een vorm aan die hier geen gewoon telbaar meervoud heeft. Sommige woorden hebben buiten deze scène nog andere betekenissen.

Patronen vergelijken
Duitse termMeervoud bij dit gebruikBetekenis
der Spielsteindie Spielsteinespeelstuk
das Spielfelddie Spielfeldervakje op het bord of speelveld
der Würfeldie Würfeldobbelsteen
die Ereigniskartedie Ereigniskartengebeurteniskaart
die Spielregeldie Spielregelnspelregel
der Punktestanddie Punkteständepuntenstand

Voorbeelden

  • Der rote Spielstein steht noch auf dem Startfeld.Het rode speelstuk staat nog op het startvakje.
  • Dieses Spielfeld hat eine zusätzliche Markierung.Dit vakje heeft een extra markering.
  • Der Würfel ist unter den niedrigen Tisch gerollt.De dobbelsteen is onder de lage tafel gerold.
  • Die Ereigniskarte wird laut Anleitung erst später gelesen.Volgens de handleiding wordt de gebeurteniskaart pas later gelezen.
  • Diese Spielregel gilt nur für die zweite Runde.Deze spelregel geldt alleen voor de tweede ronde.
  • Der Punktestand wurde nach dem letzten Zug korrigiert.De puntenstand is na de laatste zet gecorrigeerd.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik “der Spielstein” en “das Spielfeld” niet als uitwisselbare benamingen: hier betekenen ze speelstuk en vakje op het bord of speelveld. Noem de functie die je werkelijk bedoelt en gebruik de voorbeelden om haar te onderscheiden van verwante termen.

Probeer het zelf

  1. Welk woord betekent “speelstuk”? Noem ook het lidwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der Spielstein

    der Spielstein betekent in deze set speelstuk. Houd het lidwoord bij het zelfstandig naamwoord.

  2. Welke meervoudsvorm staat vermeld bij “das Spielfeld”? Leg zo nodig het streepje uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die Spielfelder

    die Spielfelder. Dit is het meervoud dat voor deze betekenis is opgenomen; het meervoudslidwoord is die.

  3. Schrijf in het Duits: Deze spelregel geldt alleen voor de tweede ronde.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Diese Spielregel gilt nur für die zweite Runde.

    Diese Spielregel gilt nur für die zweite Runde. — Deze spelregel geldt alleen voor de tweede ronde. Dit voorbeeld plaatst het woord in een volledige, praktische bewering of vraag.

Gebruik het vandaag

Beschrijf in drie Duitse zinnen een echte situatie rond onderdelen van een bordspel en gebruik daarbij “der Spielstein”, “das Spielfeld” en “der Würfel” met hun lidwoorden. Gebruik daarna één van deze woorden in het meervoud (“die Spielsteine”).