Het idee

Leer de volledige constructie gegen, inclusief het complement in de Akkusativ. Het voorzetsel gegen hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp te staan, maar het complement behoudt zijn naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
gegenAkkusativ

Herstel het complement

  • Der Stuhl stößt gegen dem Tisch. Der Stuhl stößt gegen den Tisch.

    Gegen vraagt de accusatief, ook als het contact op een vaste plek plaatsvindt.

Voorbeelden

  • Die Gruppe stimmt gegen den ursprünglichen Vorschlag.De groep stemt tegen het oorspronkelijke voorstel.
  • Stimmt die Gruppe gegen den ursprünglichen Vorschlag?Stemt de groep tegen het oorspronkelijke voorstel?
  • Der Ball rollt gegen die niedrige Mauer.De bal rolt tegen de lage muur.
  • Rollt der Ball gegen die niedrige Mauer?Rolt de bal tegen de lage muur?
  • Wir kommen gegen neun Uhr am Treffpunkt an.Wij komen omstreeks negen uur aan bij het ontmoetingspunt.
  • Kommen wir gegen neun Uhr am Treffpunkt an?Komen wij omstreeks negen uur aan bij het ontmoetingspunt?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gegen vraagt de accusatief, ook als het contact op een vaste plek plaatsvindt.

Probeer het zelf

  1. gegen — welke naamval staat bij de aanvulling?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Akkusativ

    Akkusativ: dit is de vereiste naamval bij gegen.

  2. Verbeter: Der Stuhl stößt gegen dem Tisch.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Der Stuhl stößt gegen den Tisch.

    Der Stuhl stößt gegen den Tisch. Gegen vraagt de accusatief, ook als het contact op een vaste plek plaatsvindt.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Die Gruppe stimmt gegen den ursprünglichen Vorschlag.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Stimmt die Gruppe gegen den ursprünglichen Vorschlag?

    Stimmt die Gruppe gegen den ursprünglichen Vorschlag? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met gegen: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met “Der Stuhl stößt gegen den Tisch.”.