Het idee

Leer de volledige constructie gegenüber, inclusief het complement in de Dativ. Het voorzetsel gegenüber hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp te staan, maar het complement behoudt zijn naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
gegenüberDativ

Herstel het complement

  • Das Haus liegt gegenüber den Park. Das Haus liegt gegenüber dem Park.

    Gegenüber vraagt de datief, dus het mannelijke Park wordt dem Park.

Voorbeelden

  • Das Café liegt gegenüber dem neuen Bahnhof.Het café ligt tegenover het nieuwe station.
  • Liegt das Café gegenüber dem neuen Bahnhof?Ligt het café tegenover het nieuwe station?
  • Wir sitzen der großen Fensterfront gegenüber.Wij zitten tegenover de grote vensterpui.
  • Sitzen wir der großen Fensterfront gegenüber?Zitten wij tegenover de grote vensterpui?
  • Die Leitung ist gegenüber neuen Vorschlägen offen.De leiding staat open voor nieuwe voorstellen.
  • Ist die Leitung gegenüber neuen Vorschlägen offen?Staat de leiding open voor nieuwe voorstellen?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gegenüber vraagt de datief, dus het mannelijke Park wordt dem Park.

Probeer het zelf

  1. gegenüber — welke naamval staat bij de aanvulling?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Dativ

    Dativ: dit is de vereiste naamval bij gegenüber.

  2. Verbeter: Das Haus liegt gegenüber den Park.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Das Haus liegt gegenüber dem Park.

    Das Haus liegt gegenüber dem Park. Gegenüber vraagt de datief, dus het mannelijke Park wordt dem Park.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Das Café liegt gegenüber dem neuen Bahnhof.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Liegt das Café gegenüber dem neuen Bahnhof?

    Liegt das Café gegenüber dem neuen Bahnhof? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met gegenüber: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Dativ; vergelijk beide met “Das Haus liegt gegenüber dem Park.”.