Het idee

Leer de volledige constructie sich streiten über, inclusief de aanvulling in de accusatief. Het voorzetsel über hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
sich streiten überAkkusativ

Herstel de aanvulling

  • Sie streiten sich über dem Plan. Sie streiten sich über den Plan.

    Het onderwerp na über staat in de accusatief; een persoon na mit zou in de datief staan.

Voorbeelden

  • Die Figuren streiten sich über den verlorenen Schlüssel.De personages ruziën over de verloren sleutel.
  • Streiten die Figuren sich über den verlorenen Schlüssel?Ruziën de personages over de verloren sleutel?
  • Die Gruppe streitet sich über die beste Reihenfolge.De groep ruziet over de beste volgorde.
  • Streitet die Gruppe sich über die beste Reihenfolge?Ruziet de groep over de beste volgorde?
  • Wir streiten uns nicht über unterschiedliche Geschmäcker.Wij ruziën niet over verschillende smaken.
  • Streiten wir uns nicht über unterschiedliche Geschmäcker?Ruziën wij niet over verschillende smaken?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Het onderwerp na über staat in de accusatief; een persoon na mit zou in de datief staan.

Probeer het zelf

  1. sich streiten ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    über

    über: dit is het vereiste voorzetsel in sich streiten über.

  2. Verbeter: Sie streiten sich über dem Plan.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Sie streiten sich über den Plan.

    Sie streiten sich über den Plan. Het onderwerp na über staat in de accusatief; een persoon na mit zou in de datief staan.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Die Figuren streiten sich über den verlorenen Schlüssel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Streiten die Figuren sich über den verlorenen Schlüssel?

    Streiten die Figuren sich über den verlorenen Schlüssel? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met sich streiten über: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de accusatief; vergelijk beide met “Sie streiten sich über den Plan.”.