Het idee

Leer de volledige constructie sich verabreden mit, inclusief de aanvulling in de datief. Het voorzetsel mit hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
sich verabreden mitDativ

Herstel de aanvulling

  • Ich verabrede mich mit einen Freund. Ich verabrede mich mit einem Freund.

    Mit neemt de datief; de persoon met wie je afspreekt is einem Freund.

Voorbeelden

  • Ich verabrede mich mit einem Freund zum Spaziergang.Ik spreek met een vriend af voor een wandeling.
  • Verabrede ich mich mit einem Freund zum Spaziergang?Spreek ik met een vriend af voor een wandeling?
  • Die Kollegin verabredet sich mit ihrer Lerngruppe für Samstag.De collega spreekt voor zaterdag af met haar studiegroep.
  • Verabredet die Kollegin sich mit ihrer Lerngruppe für Samstag?Spreekt de collega voor zaterdag af met haar studiegroep?
  • Wir verabreden uns mit den Nachbarn im Hof.Wij spreken met de buren af op de binnenplaats.
  • Verabreden wir uns mit den Nachbarn im Hof?Spreken wij met de buren af op de binnenplaats?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Mit neemt de datief; de persoon met wie je afspreekt is einem Freund.

Probeer het zelf

  1. sich verabreden ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mit

    mit: dit is het vereiste voorzetsel in sich verabreden mit.

  2. Verbeter: Ich verabrede mich mit einen Freund.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich verabrede mich mit einem Freund.

    Ich verabrede mich mit einem Freund. Mit neemt de datief; de persoon met wie je afspreekt is einem Freund.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich verabrede mich mit einem Freund zum Spaziergang.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Verabrede ich mich mit einem Freund zum Spaziergang?

    Verabrede ich mich mit einem Freund zum Spaziergang? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met sich verabreden mit: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de datief; vergelijk beide met “Ich verabrede mich mit einem Freund.”.