Het idee

Leer de volledige constructie stammen aus, inclusief de aanvulling in de datief. Het voorzetsel aus hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
stammen ausDativ

Herstel de aanvulling

  • Der Satz stammt aus den Brief. Der Satz stammt aus dem Brief.

    Aus neemt de datief; Brief krijgt daarom dem.

Voorbeelden

  • Das Foto stammt aus einem alten Familienalbum.De foto komt uit een oud familiealbum.
  • Stammt das Foto aus einem alten Familienalbum?Komt de foto uit een oud familiealbum?
  • Die Idee stammt aus unserem letzten Gespräch.Het idee komt uit ons laatste gesprek.
  • Stammt die Idee aus unserem letzten Gespräch?Komt het idee uit ons laatste gesprek?
  • Die Werkzeuge stammen aus dem früheren Betrieb am Kanal.Het gereedschap komt uit het voormalige bedrijf aan het kanaal.
  • Stammen die Werkzeuge aus dem früheren Betrieb am Kanal?Komt het gereedschap uit het voormalige bedrijf aan het kanaal?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Aus neemt de datief; Brief krijgt daarom dem.

Probeer het zelf

  1. stammen ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aus

    aus: dit is het vereiste voorzetsel in stammen aus.

  2. Verbeter: Der Satz stammt aus den Brief.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Der Satz stammt aus dem Brief.

    Der Satz stammt aus dem Brief. Aus neemt de datief; Brief krijgt daarom dem.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Das Foto stammt aus einem alten Familienalbum.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Stammt das Foto aus einem alten Familienalbum?

    Stammt das Foto aus einem alten Familienalbum? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met stammen aus: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de datief; vergelijk beide met “Der Satz stammt aus dem Brief.”.