Het idee

Leer de volledige constructie verfügen über, inclusief de aanvulling in de accusatief. Het voorzetsel über hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
verfügen überAkkusativ

Herstel de aanvulling

  • Der Saal verfügt über einem Projektor. Der Saal verfügt über einen Projektor.

    Verfügen über legt de accusatief vast: einen Projektor.

Voorbeelden

  • Der Raum verfügt über einen eigenen Eingang.De ruimte heeft een eigen ingang.
  • Verfügt der Raum über einen eigenen Eingang?Heeft de ruimte een eigen ingang?
  • Die Werkstatt verfügt über mehrere passende Ersatzteile.De werkplaats beschikt over meerdere passende reserveonderdelen.
  • Verfügt die Werkstatt über mehrere passende Ersatzteile?Beschikt de werkplaats over meerdere passende reserveonderdelen?
  • Wir verfügen über ausreichend Zeit für einen zweiten Versuch.Wij hebben voldoende tijd voor een tweede poging.
  • Verfügen wir über ausreichend Zeit für einen zweiten Versuch?Hebben wij voldoende tijd voor een tweede poging?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verfügen über legt de accusatief vast: einen Projektor.

Probeer het zelf

  1. verfügen ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    über

    über: dit is het vereiste voorzetsel in verfügen über.

  2. Verbeter: Der Saal verfügt über einem Projektor.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Der Saal verfügt über einen Projektor.

    Der Saal verfügt über einen Projektor. Verfügen über legt de accusatief vast: einen Projektor.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Der Raum verfügt über einen eigenen Eingang.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Verfügt der Raum über einen eigenen Eingang?

    Verfügt der Raum über einen eigenen Eingang? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met verfügen über: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de accusatief; vergelijk beide met “Der Saal verfügt über einen Projektor.”.