Beschrijf gewone dingen en herken wanneer een bijvoeglijk naamwoord een uitgang nodig heeft. Let op dit voorbeeld: „Der Weg ist kurz.“






Het idee
Na sein blijft het woord gelijk; voor een naamwoord bijvoorbeeld eine wichtige Frage.
| Wort / Ausdruck | Form / Gebrauch |
|---|---|
| kurz | ein kurzer Weg |
| lang | ein langer Weg |
| wichtig | eine wichtige Frage |
| einfach | eine einfache Aufgabe |
| schwierig | eine schwierige Aufgabe |
| hell | ein helles Zimmer |
| ruhig | ein ruhiger Ort |
| praktisch | ein praktischer Rucksack |
| heiß | ein heißer Tee |
| kalt | kaltes Wasser |
Voorbeelden
- Der Weg ist kurz.
- Das ist eine wichtige Frage.
- Die Aufgabe ist einfach.
- Unser Zimmer ist hell und ruhig.
- Dieser Rucksack ist praktisch.
- Der Tee ist noch heiß.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Einfach kan gemakkelijk of eenvoudig betekenen; de context bepaalt welke betekenis past.
Probeer het zelf
Nach „ist“: Der Weg ist ___. (kurz / kurze)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
kurz
„kurz“ — Na sein krijgt het naamwoordelijk bijvoeglijk naamwoord geen uitgang.
Vor dem Nomen: eine ___ Frage. (wichtig)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
wichtige
Na eine bij het vrouwelijke Frage krijgt wichtig de uitgang -e: eine wichtige Frage.
Das Gegenteil von schwierig: ___. (einfach / wichtig)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
einfach
„einfach“ — Einfach betekent hier gemakkelijk, niet moeilijk.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Nach „ist“: Der Weg ist ___. (kurz / kurze)
Vor dem Nomen: eine ___ Frage. (wichtig)
Das Gegenteil von schwierig: ___. (einfach / wichtig)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Beschrijf drie voorwerpen met elk twee passende bijvoeglijke naamwoorden. Schrijf daarna een zin met aber die hun eigenschappen contrasteert.

