Duitse getallen: eenheden, tientallen en hoeveelheden
Oefen Duitse getallen met prijzen en hoeveelheden. Leer de volgorde van eenheden en tientallen en controleer drie uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenen
InloggenMijn accountSpeel nu Avonturendagboek
Leer nuttige woorden met lidwoord, meervoud en context. Oefen getallen, tijdstippen en dagelijkse woordgroepen.
Avonturendagboek
Kies je niveau
Geen passende les gevonden. Probeer een kortere zoekopdracht of een ander onderwerp.
Oefen Duitse getallen met prijzen en hoeveelheden. Leer de volgorde van eenheden en tientallen en controleer drie uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenenLeer Duitse tijdstippen met um, halb, vor en nach. Vergelijk formele en informele aanduidingen en oefen met drie uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenenLeer Duitse voedingswoorden met lidwoord, meervoud en winkelzinnen. Oefen hoeveelheden en controleer drie antwoorden met uitleg.
Lezen en oefenenLees openingstijden, onderscheid sluiting en laatste toegang en controleer de middagpauze.
Lezen en oefenenLeer schon, erst, noch, noch nicht en nicht mehr met tijdsituaties, Nederlandse vertalingen en vier oefeningen.
Lezen en oefenenLeer alle 12 Duitse maanden met Nederlandse vertaling. Oefen datums, hoofdletters en het verschil tussen im Mai en am dritten Mai.
Lezen en oefenenLeer maandag tot zondag met Nederlandse vertaling. Oefen am Montag, montags en nächsten Montag en maak een Duitse weekplanning.
Lezen en oefenenBeschrijf familiebanden en leer lidwoord en meervoud bij elk zelfstandig naamwoord.
Lezen en oefenenBeschrijf kleding en vergelijk een kleur na sein met een kleur voor het naamwoord.
Lezen en oefenenBenoem lichaamsdelen en beschrijf een plek precies zonder een diagnose te stellen.
Lezen en oefenenVerbind een gevoel met een concrete situatie via de passende uitdrukking.
Lezen en oefenenLeer lente, zomer, herfst en winter in het Duits met Nederlandse vertaling. Oefen weerzinnen, im Frühling en het verschil tussen es en mir.
Lezen en oefenenOnderscheid waar een meubel staat van de plek waarheen je het verplaatst.
Lezen en oefenenHerken plekken aan hun functie en beschrijf eenvoudige routes ertussen.
Lezen en oefenenLeg een reis uit met vervoermiddel, halte, spoor en overstap. Vergelijk de voorbeelden en controleer de uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenenBeschrijf taken, vraag naar deadlines en benoem gewone werkbenodigdheden.
Lezen en oefenenPraat over cursussen, opdrachten en examens met passende studiewoorden.
Lezen en oefenenVertel wanneer, hoe vaak en met wie je vrijetijdsactiviteiten doet. Vergelijk de voorbeelden en controleer de uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenenBeschrijf een buitenscène met plekken, dieren en nuttige meervoudsvormen.
Lezen en oefenenLeg een digitale handeling uit en beschrijf een bestands- of verbindingsprobleem.
Lezen en oefenenVraag naar prijzen, kies een betaalwijze en vraag om een aankoopbewijs.
Lezen en oefenenBeschrijf keukenhandelingen in volgorde met concrete ingrediënten en werkwoorden.
Lezen en oefenenOnderscheid lopen en reizen met een voertuig, instappen, uitstappen en overstappen.
Lezen en oefenenBeschrijf gewone dingen en herken wanneer een bijvoeglijk naamwoord een uitgang nodig heeft.
Lezen en oefenenVergelijk dingen met passende paren zoals zwaar/licht en vol/leeg. Vergelijk de voorbeelden en controleer de uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenenControleer de Duitse betekenis van vertrouwde woorden voordat je ze gebruikt.
Lezen en oefenenVerdeel lange woorden en vind het naamwoord dat hun grammatica bepaalt.
Lezen en oefenenGebruik betrouwbare uitgangen als aanwijzing en herken te brede regels.
Lezen en oefenenLeer vaste Duitse woordcombinaties met Nederlandse betekenis: een vraag stellen, een beslissing nemen en een examen afleggen, met oefeningen.
Lezen en oefenenBeschrijf gewoonten zonder verzonnen percentages aan flexibele frequentiewoorden te geven.
Lezen en oefenenOnderscheid telbare voorwerpen van stoffen en abstracte hoeveelheden. Vergelijk de voorbeelden en controleer de uitgelegde antwoorden.
Lezen en oefenenVerbind een mening met reden, voorbeeld en beperking met een duidelijke woordvolgorde.
Lezen en oefenen