Beschrijf een vermist voorwerp met kenmerken, laatste plek en contactmogelijkheid. Let op dit voorbeeld: „Ich habe heute Morgen meine Tasche verloren.“






Het idee
Verloren is het voltooid deelwoord van verlieren, verliezen. Zuletzt betekent voor het laatst; voeg toe waar je het voorwerp toen had.
Lees de tekst
Kundin: Guten Tag. Ich habe heute Morgen im Bus meine Tasche verloren. Fundbüro: Können Sie die Tasche beschreiben? Kundin: Sie ist dunkelblau, klein und hat einen gelben Anhänger. Fundbüro: Wissen Sie noch, welche Linie es war? Kundin: Die Linie zwölf, ungefähr um halb neun. Fundbüro: Was war in der Tasche? Kundin: Ein Buch und ein Schlüssel. Fundbüro: Ich sehe nach. Wie können wir Sie erreichen? Kundin: Ich schreibe Ihnen meine Telefonnummer auf.
Voorbeelden
- Ich habe heute Morgen meine Tasche verloren.
- Sie ist dunkelblau und hat einen gelben Anhänger.
- Zuletzt hatte ich sie im Bus.
- In der Tasche waren ein Buch und ein Schlüssel.
- Hat jemand eine solche Tasche abgegeben?
- Unter dieser Nummer bin ich erreichbar.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Alleen een tas zeggen is zelden genoeg; voeg een kenmerk toe zonder echte gevoelige gegevens te delen.
Probeer het zelf
Vergangenheit: Ich habe meine Tasche ___. (verlieren)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
verloren
„verloren“ — Verloren is het deelwoord van verlieren met haben.
Letzter bekannter Ort: ___ hatte ich sie im Bus. (Zuletzt / Zukünftig)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Zuletzt
„Zuletzt“ — Zuletzt noemt de laatst bekende plek vóór het verlies.
Merkmal: Sie hat einen gelben ___. (Anhänger / Termin)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Anhänger
„Anhänger“ — Een Anhänger is een zichtbaar hangertje dat de tas herkenbaar maakt.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Vergangenheit: Ich habe meine Tasche ___. (verlieren)
Letzter bekannter Ort: ___ hatte ich sie im Bus. (Zuletzt / Zukünftig)
Merkmal: Sie hat einen gelben ___. (Anhänger / Termin)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Beschrijf een verloren voorwerp met kleur, onderscheidend kenmerk, tijd en laatst bekende plek. Beantwoord twee vervolgvragen.

