Het idee

Gebruik der Bahnsteig voor de nominatief enkelvoud, den Bahnsteig voor de accusatief, dem Bahnsteig voor de datief en des Bahnsteigs voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Bahnsteigen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Bahnsteigdie Bahnsteige
Akkusativden Bahnsteigdie Bahnsteige
Dativdem Bahnsteigden Bahnsteigen
Genitivdes Bahnsteigsder Bahnsteige

Betekenis en handige combinaties

Bahnsteig is het gedeelte waar reizigers wachten; Gleis is het spoor. Het laatste deel Steig bepaalt het mannelijke geslacht.

Handige combinaties: auf dem Bahnsteig; den Bahnsteig wechseln; ein überdachter Bahnsteig. Oefen elke combinatie als volledige zin of uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Bahnsteig der Bahnsteig

    Deze controle vraagt naar de nominatief enkelvoud: der Bahnsteig. In de hier behandelde betekenis is Bahnsteig mannelijk. De nominatief meervoud is die Bahnsteige. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Bahnsteig ist wegen der Bauarbeiten schmaler.Het perron is door de bouwwerkzaamheden smaller.
  • Wir erreichen den Bahnsteig über eine Rampe.We bereiken het perron via een helling.
  • Auf dem Bahnsteig stehen drei neue Bänke.Op het perron staan drie nieuwe banken.
  • Das Ende des Bahnsteigs ist abgesperrt.Het uiteinde van het perron is afgezet.
  • Die Bahnsteige werden über eine Unterführung verbunden.De perrons zijn met elkaar verbonden door een onderdoorgang.
  • An den Bahnsteigen hängen große Abfahrtstafeln.Bij de perrons hangen grote vertrekborden.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Bahnsteig — die Bahnsteige. Bahnsteig is het gedeelte waar reizigers wachten; Gleis is het spoor. Het laatste deel Steig bepaalt het mannelijke geslacht.

Probeer het zelf

  1. ___ Bahnsteig (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Bahnsteig is mannelijk.

  2. Meervoud: der Bahnsteig → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bahnsteige

    Bahnsteige: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Bahnsteig (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Bahnsteig.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Bahnsteig en de bijbehorende vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.