Het idee

Gebruik der Nachbar voor de nominatief enkelvoud, den Nachbarn voor de accusatief, dem Nachbarn voor de datief en des Nachbarn voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Nachbarn.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Nachbardie Nachbarn
Akkusativden Nachbarndie Nachbarn
Dativdem Nachbarnden Nachbarn
Genitivdes Nachbarnder Nachbarn

Betekenis en handige combinaties

Nachbar heeft meestal een n in de overige naamvallen van het enkelvoud en in het meervoud. Er komen enkelvoudsvarianten zonder n voor; deze les leert consequent den/dem/des Nachbarn.

Handige combinaties: den Nachbarn grüßen; der direkte Nachbar; mit Nachbarn sprechen. Oefen elke combinatie als volledige uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Nachbar der Nachbar

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Nachbar. In de hier behandelde betekenis is Nachbar mannelijk. De nominatief meervoud is die Nachbarn. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Nachbar über uns spielt abends Klavier.De buurman boven ons speelt 's avonds piano.
  • Ich frage den Nachbarn nach dem Werkzeug.Ik vraag de buurman om het gereedschap.
  • Mit dem Nachbarn teile ich eine Leiter.Met de buurman deel ik een ladder.
  • Die Katze des Nachbarn schläft auf unserer Bank.De kat van de buurman slaapt op ons bankje.
  • Die Nachbarn organisieren ein kleines Hoffest.De buren organiseren een klein binnenplaatsfeest.
  • Unter den Nachbarn wird der Garten gemeinsam gepflegt.De buren onderhouden de tuin samen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Nachbar — die Nachbarn. Nachbar heeft meestal een n in de overige naamvallen van het enkelvoud en in het meervoud. Er komen enkelvoudsvarianten zonder n voor; deze les leert consequent den/dem/des Nachbarn.

Probeer het zelf

  1. ___ Nachbar (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Nachbar is mannelijk.

  2. Meervoud: der Nachbar → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Nachbarn

    Nachbarn: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Nachbarn (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Nachbarn.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Nachbar en de vormen ervan, en vul daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief in zonder naar de tabel te kijken.