Het idee

Gebruik das Schiff voor de nominatief enkelvoud, das Schiff voor de accusatief, dem Schiff voor de datief en des Schiffes voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Schiffen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdas Schiffdie Schiffe
Akkusativdas Schiffdie Schiffe
Dativdem Schiffden Schiffen
Genitivdes Schiffesder Schiffe

Betekenis en handige combinaties

Schiff is onzijdig met het meervoud Schiffe. Boot is een ander onzijdig woord, dat vaak voor kleinere vaartuigen wordt gebruikt; het gebruik hangt af van het soort vaartuig.

Handige combinaties: mit dem Schiff reisen; an Bord eines Schiffes; das Passagierschiff. Oefen elke combinatie als volledige zin of uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Schiff das Schiff

    Deze controle vraagt naar de nominatief enkelvoud: das Schiff. In de hier behandelde betekenis is Schiff onzijdig. De nominatief meervoud is die Schiffe. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Das Schiff legt am frühen Abend ab.Het schip vertrekt vroeg in de avond.
  • Wir sehen das Schiff vom Leuchtturm aus.We zien het schip vanaf de vuurtoren.
  • Auf dem Schiff gibt es ein kleines Café.Op het schip is een klein café.
  • Der Name des Schiffes steht am Heck.De naam van het schip staat op het achterschip.
  • Die Schiffe im Hafen werden gerade beladen.De schepen in de haven worden net beladen.
  • Zwischen den Schiffen fährt ein kleines Arbeitsboot.Tussen de schepen vaart een kleine werkboot.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is das Schiff — die Schiffe. Schiff is onzijdig met het meervoud Schiffe. Boot is een ander onzijdig woord, dat vaak voor kleinere vaartuigen wordt gebruikt; het gebruik hangt af van het soort vaartuig.

Probeer het zelf

  1. ___ Schiff (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    das

    das: Schiff is onzijdig.

  2. Meervoud: das Schiff → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Schiffe

    Schiffe: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Schiff (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Schiff.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Schiff en de bijbehorende vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.