



Het idee
Gebruik der Schlüssel voor de nominatief enkelvoud, den Schlüssel voor de accusatief, dem Schlüssel voor de datief en des Schlüssels voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Schlüsseln.
| Naamval | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|
| Nominativ | der Schlüssel | die Schlüssel |
| Akkusativ | den Schlüssel | die Schlüssel |
| Dativ | dem Schlüssel | den Schlüsseln |
| Genitiv | des Schlüssels | der Schlüssel |
Betekenis en handige combinaties
Het meervoud Schlüssel behoudt de vorm van het enkelvoud. Een digitale Zugangsschlüssel is ook een sleutel, maar geen fysieke deursleutel.
Handige combinaties: einen Schlüssel verlieren; der Schlüssel zur Wohnung; ein Ersatzschlüssel. Oefen elke combinatie als een volledige woordgroep; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.
Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud
die Schlüsselder SchlüsselDeze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: der Schlüssel. In de hier geleerde betekenis is Schlüssel mannelijk. De nominatief meervoud is die Schlüssel. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.
Voorbeelden
- Der Schlüssel steckt noch im Briefkasten.De sleutel zit nog in de brievenbus.
- Ich lege den Schlüssel in die blaue Schale.Ik leg de sleutel in de blauwe schaal.
- Mit dem Schlüssel lässt sich auch der Keller öffnen.Met de sleutel kan ook de kelder worden geopend.
- Der Bart des Schlüssels ist verbogen.De baard van de sleutel is verbogen.
- Diese Schlüssel gehören zum Vereinsraum.Deze sleutels horen bij het verenigingslokaal.
- An den Schlüsseln hängen rote Anhänger.Aan de sleutels hangen rode hangers.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Schlüssel — die Schlüssel. Het meervoud Schlüssel behoudt de vorm van het enkelvoud. Een digitale Zugangsschlüssel is ook een sleutel, maar geen fysieke deursleutel.
Probeer het zelf
___ Schlüssel (der / die / das)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
der
der: Schlüssel is mannelijk.
Meervoud: der Schlüssel → die ___
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Schlüssel
Schlüssel: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.
Datief enkelvoud: mit ___ Schlüssel (dem / der)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
dem
dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Schlüssel.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
___ Schlüssel (der / die / das)
Meervoud: der Schlüssel → die ___
Datief enkelvoud: mit ___ Schlüssel (dem / der)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Lees de zes situaties, herken Schlüssel en zijn vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.

