Voornaamwoorden vervangen naamwoordgroepen, maar hun vorm blijft de functie in de zin aangeven.

Het idee

Ich, du en wir zijn onderwerpsvormen. Na sehen gebruik je accusatief, bijvoorbeeld mich of dich; na helfen datief, zoals mir of dir. Sie kan zij enkelvoud, zij meervoud of formeel u betekenen. Werkwoordsvorm, hoofdletter en context helpen bij het onderscheid.

Patronen vergelijken
NominativAkkusativDativ
ichmichmir
dudichdir
erihnihm
siesieihr
esesihm
wirunsuns
ihreucheuch
sie / Siesie / Sieihnen / Ihnen

Voorbeelden

  • Ich komme aus Bonn.
  • Du wohnst in Köln.
  • Er lernt Deutsch.
  • Wir sehen sie heute.
  • Kannst du mir helfen?
  • Ich rufe dich morgen an.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Het Nederlandse mij kan niet altijd met dezelfde Duitse vorm worden vertaald. Het werkwoord bepaalt mich of mir.

Probeer het zelf

  1. Lea und ich lernen Deutsch. ___ lernen zusammen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Wir

    Lea und ich betekent wij: het voornaamwoord is wir.

  2. Ich sehe ___. (du)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dich

    Sehen vraagt accusatief; du wordt dich.

  3. Kannst du ___ helfen? (ich)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mir

    Helfen vraagt datief; ich wordt mir.

Gebruik het vandaag

Stel jezelf voor met ich, vraag hulp met mir en zeg dat je een vriend belt met dich.