Sein betekent vaak zijn. De vormen in de tegenwoordige tijd zijn onregelmatig en komen zeer vaak voor.

Het idee

Leer ich bin, du bist, er/sie/es ist, wir sind, ihr seid en sie/Sie sind. Een vraag kan met het werkwoord beginnen: Sind Sie neu hier? Sein staat bij eigenschappen, locaties en beroepen. Beroepen krijgen na sein vaak geen onbepaald lidwoord.

Patronen vergelijken
PersonPräsens
ichbin
dubist
er / sie / esist
wirsind
ihrseid
sie / Siesind

Voorbeelden

  • Ich bin müde.
  • Du bist zu Hause.
  • Er ist Lehrer.
  • Wir sind in Berlin.
  • Ihr seid freundlich.
  • Sie sind heute hier.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verwar ihr seid niet met sie sind. Formeel Sie vraagt sind, ook wanneer je één persoon aanspreekt.

Probeer het zelf

  1. Ich ___ neu hier.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bin

    Bij ich hoort de vorm bin.

  2. Ihr ___ sehr nett.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    seid

    Het informele meervoud ihr vraagt seid.

  3. Wo ___ Sie, Frau Weber?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sind

    Formeel Sie gebruikt sind, ook voor één persoon.

Gebruik het vandaag

Stel jezelf voor, zeg waar je bent en hoe je je voelt. Herhaal met wir om de werkwoordsvorm te veranderen.