De accusatief markeert veel lijdende voorwerpen. Begin met de werkwoorden sehen, brauchen, kaufen en suchen.






Het idee
Mannelijk der wordt den en ein wordt einen. Vrouwelijk die/eine en onzijdig das/ein blijven gelijk. Bepaal eerst de functie in de zin en controleer daarna het geslacht. Het Nederlandse lidwoord vertelt niet automatisch welk Duits geslacht of welke naamval nodig is.
| Nominativ | Akkusativ |
|---|---|
| der / ein | den / einen |
| die / eine | die / eine |
| das / ein | das / ein |
| die (Plural) | die (Plural) |
Voorbeelden
- Ich sehe den Hund.
- Mia braucht einen Stift.
- Wir kaufen das Brot.
- Er sieht die Brücke.
- Ich habe eine Tasche.
- Sie sucht ihren Schlüssel.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Een onveranderd lidwoord kan toch accusatief zijn. Das Buch kan onderwerp of voorwerp zijn, afhankelijk van de zin.
Probeer het zelf
Ich sehe ___ Mann. (der)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
den
Mann is mannelijk en het voorwerp van sehen: den.
Wir kaufen ___ Buch. (ein)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
ein
Buch is onzijdig; het onbepaalde lidwoord blijft ein.
Sie sucht ___ Tasche. (ihre)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
ihre
Tasche is vrouwelijk; ihre houdt hier dezelfde uitgang.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Ich sehe ___ Mann. (der)
Wir kaufen ___ Buch. (ein)
Sie sucht ___ Tasche. (ihre)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Noem met Ich brauche drie dingen die je nodig hebt: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Controleer de lidwoorden.

