De datief volgt op bepaalde werkwoorden en voorzetsels en geeft vaak de ontvanger aan.

Het idee

Helfen, danken en gehören vragen datief; mit ook. Mannelijk en onzijdig krijgen dem, vrouwelijk der en meervoud den. Een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt meestal n, behalve wanneer het al op n of s eindigt. Bij geben staat de ontvanger in de datief en het gegeven voorwerp in de accusatief.

Patronen vergelijken
NominativDativ
der / eindem / einem
die / eineder / einer
das / eindem / einem
die Kinderden Kindern

Voorbeelden

  • Ich helfe dem Mann.
  • Das Buch gehört der Frau.
  • Wir danken dem Kind.
  • Sie hilft den Freunden.
  • Er fährt mit dem Bus.
  • Ich gebe meiner Schwester den Schlüssel.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertaal een Nederlands voorwerp niet automatisch. Het Duitse helfen vraagt datief: leer het werkwoord met zijn patroon.

Probeer het zelf

  1. Ich helfe ___ Frau. (die)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    Frau is vrouwelijk; na helfen gebruik je der.

  2. Wir fahren mit ___ Bus. (der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    Mit vraagt datief: der Bus wordt dem Bus.

  3. Er hilft den ___. (Kinder)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Kindern

    Het datiefmeervoud is den Kindern, met een extra n.

Gebruik het vandaag

Maak een zin met helfen, een met mit en een over iemand iets geven. Controleer de naamvallen.