



Het idee
Leer de volledige constructie Angst vor, inclusief het complement in de Dativ. Het voorzetsel vor hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt het finiete werkwoord vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.
| Patroon | Naamval |
|---|---|
| Angst vor | Dativ |
Herstel het complement
Ich habe Angst vor den Hund.Ich habe Angst vor dem Hund.Angst vor vereist de datief voor datgene waarvoor men bang is, dus gebruik dem Hund.
Voorbeelden
- Ich habe Angst vor dem unbekannten Geräusch.Ik ben bang voor het onbekende geluid.
- Habe ich Angst vor dem unbekannten Geräusch?Ben ik bang voor het onbekende geluid?
- Das Kind hat Angst vor der großen dunklen Halle.Het kind is bang voor de grote donkere hal.
- Hat das Kind Angst vor der großen dunklen Halle?Is het kind bang voor de grote donkere hal?
- Wir haben keine Angst vor einem neuen Versuch.Wij zijn niet bang voor een nieuwe poging.
- Haben wir keine Angst vor einem neuen Versuch?Zijn wij niet bang voor een nieuwe poging?
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Angst vor vereist de datief voor datgene waarvoor men bang is, dus gebruik dem Hund.
Probeer het zelf
Angst ___ — vul het voorzetsel in
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
vor
vor: dit is het vereiste voorzetsel in Angst vor.
Verbeter: Ich habe Angst vor den Hund.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Ich habe Angst vor dem Hund.
Ich habe Angst vor dem Hund. Angst vor vereist de datief voor datgene waarvoor men bang is, dus gebruik dem Hund.
Maak er een ja/nee-vraag van: Ich habe Angst vor dem unbekannten Geräusch.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Habe ich Angst vor dem unbekannten Geräusch?
Habe ich Angst vor dem unbekannten Geräusch? Het finiete werkwoord staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Angst ___ — vul het voorzetsel in
Verbeter: Ich habe Angst vor den Hund.
Ich habe Angst vor dem Hund.
Maak er een ja/nee-vraag van: Ich habe Angst vor dem unbekannten Geräusch.
Habe ich Angst vor dem unbekannten Geräusch?
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf twee zinnen over je eigen week met Angst vor: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Dativ; vergelijk beide met "Ich habe Angst vor dem Hund.".

