Het idee

Leer de volledige constructie neidisch auf, inclusief het complement in de Akkusativ. Het voorzetsel auf hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt het finiete werkwoord vóór het onderwerp te staan, terwijl het complement zijn naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
neidisch aufAkkusativ

Herstel het complement

  • Ich bin auf deinem Balkon neidisch. Ich bin auf deinen Balkon neidisch.

    Neidisch auf neemt de accusatief; deinem Balkon zou een datiefvorm zijn.

Voorbeelden

  • Ich bin auf deinen kurzen Arbeitsweg neidisch.Ik ben jaloers op je korte woon-werkafstand.
  • Bin ich auf deinen kurzen Arbeitsweg neidisch?Ben ik jaloers op je korte woon-werkafstand?
  • Die Figur ist auf das Talent ihrer Freundin neidisch.Het personage is jaloers op het talent van haar vriendin.
  • Ist die Figur auf das Talent ihrer Freundin neidisch?Is het personage jaloers op het talent van haar vriendin?
  • Wir sind auf euren sonnigen Balkon neidisch.Wij zijn jaloers op jullie zonnige balkon.
  • Sind wir auf euren sonnigen Balkon neidisch?Zijn wij jaloers op jullie zonnige balkon?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neidisch auf neemt de accusatief; deinem Balkon zou een datiefvorm zijn.

Probeer het zelf

  1. neidisch ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    auf

    auf: dit is het vereiste voorzetsel in neidisch auf.

  2. Verbeter: Ich bin auf deinem Balkon neidisch.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich bin auf deinen Balkon neidisch.

    Ich bin auf deinen Balkon neidisch. Neidisch auf neemt de accusatief; deinem Balkon zou een datiefvorm zijn.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich bin auf deinen kurzen Arbeitsweg neidisch.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bin ich auf deinen kurzen Arbeitsweg neidisch?

    Bin ich auf deinen kurzen Arbeitsweg neidisch? Het finiete werkwoord staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met neidisch auf: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met "Ich bin auf deinen Balkon neidisch.".