Het idee

Leer de volledige constructie überreden zu, inclusief de aanvulling in de datief. Het voorzetsel zu hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
überreden zuDativ

Herstel de aanvulling

  • Sie überredet ihn zu einen Ausflug. Sie überredet ihn zu einem Ausflug.

    Zu vereist de datief voor de voorgestelde activiteit; de overgehaalde persoon blijft in de accusatief.

Voorbeelden

  • Ich überrede meinen Freund zu einem kurzen Spaziergang.Ik haal mijn vriend over tot een korte wandeling.
  • Überrede ich meinen Freund zu einem kurzen Spaziergang?Haal ik mijn vriend over tot een korte wandeling?
  • Die Gruppe überredet ihre Leiterin zu einer zusätzlichen Pause.De groep haalt haar leidster over tot een extra pauze.
  • Überredet die Gruppe ihre Leiterin zu einer zusätzlichen Pause?Haalt de groep haar leidster over tot een extra pauze?
  • Wir überreden den Nachbarn zu einem gemeinsamen Spieleabend.Wij halen de buurman over tot een gezamenlijke spelletjesavond.
  • Überreden wir den Nachbarn zu einem gemeinsamen Spieleabend?Halen wij de buurman over tot een gezamenlijke spelletjesavond?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zu vereist de datief voor de voorgestelde activiteit; de overgehaalde persoon blijft in de accusatief.

Probeer het zelf

  1. überreden ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zu

    zu: dit is het vereiste voorzetsel in überreden zu.

  2. Verbeter: Sie überredet ihn zu einen Ausflug.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Sie überredet ihn zu einem Ausflug.

    Sie überredet ihn zu einem Ausflug. Zu vereist de datief voor de voorgestelde activiteit; de overgehaalde persoon blijft in de accusatief.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich überrede meinen Freund zu einem kurzen Spaziergang.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Überrede ich meinen Freund zu einem kurzen Spaziergang?

    Überrede ich meinen Freund zu einem kurzen Spaziergang? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met überreden zu: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de datief; vergelijk beide met “Sie überredet ihn zu einem Ausflug.”.