Beschrijf keukenhandelingen in volgorde met concrete ingrediënten en werkwoorden. Let op dit voorbeeld: „Zuerst wasche ich die Tomaten.“

Het idee

Schneiden is snijden, schälen schillen en umrühren roeren; leer de handelingen afzonderlijk.

Patronen vergelijken
Wort / AusdruckForm / Gebrauch
waschenich wasche; du wäschst
schneidenich schneide; du schneidest
schälenich schäle; du schälst
kochenDas Wasser kocht.
bratenich brate; du brätst
backenich backe; du backst / bäckst
umrührenich rühre um
abschmeckenich schmecke ab
servierenich serviere
die Pfanne, die Pfannenin der Pfanne

Voorbeelden

  • Zuerst wasche ich die Tomaten.
  • Dann schneide ich die Zwiebel klein.
  • Das Wasser kocht schon.
  • Wir braten das Gemüse in der Pfanne.
  • Rühre die Suppe bitte langsam um.
  • Zum Schluss schmecke ich die Soße ab.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Umrühren en abschmecken zijn scheidbaar; in de hoofdzin staat het voorvoegsel achteraan.

Probeer het zelf

  1. Mit dem Messer in Stücke teilen: die Zwiebel ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    schneiden

    „schneiden“ — Schneiden is de ui met een mes verdelen.

  2. Trennbares Verb umrühren: Ich rühre die Suppe ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    um

    „um“ — In de hoofdzin gaat het scheidbare voorvoegsel naar het einde.

  3. Reihenfolge: ___ waschen, dann schneiden. (Zuerst / Gestern)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Zuerst

    „Zuerst“ — Zuerst geeft de eerste stap, dann de volgende.

Gebruik het vandaag

Schrijf vijf kookstappen met zuerst, dann en zum Schluss. Controleer waar de scheidbare voorvoegsels staan.