Da- en wo-verbindingen verwijzen naar zaken of situaties en behouden het voorzetsel.

Het idee

Voeg r toe vóór een klinker: daran, woran, darüber. Bij personen behoud je voorzetsel plus voornaamwoord: auf sie, auf wen.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
Sacheauf das Ergebnis → darauf
Frage nach Sacheworauf?
vor Vokaldaran / woran / darüber / worüber
Personauf sie / auf wen?

Voorbeelden

  • Ich warte auf das Ergebnis. Ich warte darauf.
  • Worauf wartest du?
  • Wir sprechen über den Film. Wir sprechen darüber.
  • Worüber sprecht ihr?
  • Ich denke an Lea. Ich denke an sie.
  • Auf wen wartest du?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Darauf en worauf verwijzen naar zaken of situaties. Gebruik bij personen een voorzetsel met voornaamwoord: auf wen? – auf ihn.

Probeer het zelf

  1. Ich warte auf die Antwort. Ich warte ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    darauf

    Antwoord: “darauf”. Het verwijst naar een zaak of situatie; behoud het voorzetsel in een da/wo-verbinding.

  2. ___ denkst du? An die Prüfung. (Woran / An wen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Woran

    Antwoord: “Woran”. Het verwijst naar een zaak of situatie; behoud het voorzetsel in een da/wo-verbinding.

  3. Ich warte auf Lea. Ich warte ___. (darauf / auf sie)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    auf sie

    Antwoord: “auf sie”. Het verwijst naar een persoon; gebruik voorzetsel plus persoonlijk voornaamwoord.

Gebruik het vandaag

Schrijf een gesprek van twee regels rond “Ich warte auf das Ergebnis. Ich warte darauf.”. Gebruik de doeluitdrukking in je antwoord en maak de betekenis duidelijk.