Gehen beschrijft vaak lopen, maar ook activiteiten en vaste uitdrukkingen.

Het idee

Leer ich gehe, du gehst, ist gegangen. Wie geht es dir vraagt hoe het gaat; ins Kino gehen noemt de activiteit zonder de hele route vast te leggen.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
Präsensich gehe / du gehst / er geht
Präteritumging
Perfektist gegangen
BefindenWie geht es dir?

Voorbeelden

  • Ich gehe jeden Morgen zum Bäcker.
  • Gehst du heute zu Fuß?
  • Wir gehen am Samstag ins Kino.
  • Sie ist schon nach Hause gegangen.
  • Wie geht es dir heute?
  • Die Uhr geht nicht mehr.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Let op dit onderscheid: De tegenwoordige uitgang past bij persoon en getal van het onderwerp.

Probeer het zelf

  1. Gestern bin ich nach Hause ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gegangen

    Antwoord: “gegangen”. Het hulpwerkwoord draagt tijd en persoon; het laatste werkwoord krijgt het voltooid deelwoord.

  2. Wie ___ es dir? (geht / gehst)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    geht

    Antwoord: “geht”. Het werkwoord volgt het grammaticale onderwerp, niet een object of datieve persoon.

  3. Wir ___ zu Fuß. (gehen / geht)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gehen

    Antwoord: “gehen”. De tegenwoordige uitgang past bij persoon en getal van het onderwerp.

Gebruik het vandaag

Herschrijf “Ich gehe jeden Morgen zum Bäcker.” met du en wir. Controleer iedere werkwoorduitgang en de veranderende voornaamwoorden.