Spreek activiteit, tijd en ontmoetingsplek af en bevestig het resultaat. Let op dit voorbeeld: „Hast du am Samstag Zeit?“

Het idee

Wollen wir ...? stelt iets voor; Mir passt ... besser biedt een andere tijd.

Lees de tekst

Lea: Hast du am Samstag Zeit? Ben: Ja, aber nur am Vormittag. Lea: Wollen wir ins Museum gehen? Ben: Gern. Wie wäre es mit zehn Uhr? Lea: Zehn ist mir etwas zu früh. Mir passt elf Uhr besser. Ben: Gut, dann elf Uhr. Treffen wir uns vor dem Eingang? Lea: Ja. Wenn ich später komme, schreibe ich dir. Ben: Abgemacht. Bis Samstag!

Voorbeelden

  • Hast du am Samstag Zeit?
  • Wollen wir zusammen ins Museum gehen?
  • Mir passt der Vormittag besser.
  • Wie wäre es mit elf Uhr?
  • Treffen wir uns vor dem Eingang?
  • Falls es regnet, gehen wir direkt ins Café.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Een voorstel is nog geen bevestigde afspraak; herhaal afgesproken dag, tijd en plek.

Probeer het zelf

  1. Vorschlag mit wollen: ___ wir ins Museum gehen?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Wollen

    „Wollen“ — Wollen wir ...? stelt een gezamenlijke activiteit voor.

  2. Zeit aushandeln: Mir ___ elf Uhr besser. (passen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    passt

    „passt“ — Mir passt ... betekent dat de tijd geschikt is.

  3. Treffpunkt: Wir treffen uns ___ dem Eingang. (vor / nach)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    vor

    „vor“ — Vor dem Eingang noemt de ontmoetingsplek voor de ingang.

Gebruik het vandaag

Spreek activiteit, dag, tijd en ontmoetingsplek af. Wijs één voorgestelde tijd af en vind samen een passend alternatief.